Druif snoeien doe je twee keer per jaar: een grote snoeibeurt in de winter en een lichte bijsnoei in de zomer. De wintersnoei is het belangrijkst en bepaalt hoeveel fruit je druivenplant dat jaar geeft. Doe je dit niet of te laat, dan groeit de plant uit balans en krijg je minder of geen druiven.
Wanneer druiven snoeien?
De wintersnoei plan je tussen december en februari. Wacht tot alle bladeren zijn gevallen, want dan is de plant in rust. Snoeien terwijl de plant nog actief is, kost hem te veel energie. Begin ook niet te laat: zodra de knoppen in het voorjaar uitlopen, is het te laat voor de wintersnoei. Snoeien vlak voor of tijdens het uitlopen kan de plant veel sap kosten, wat je ziet als een “bloedende” snede.
De zomersnoei doe je in juni of juli. Dit is geen grote snoeibeurt, maar een bijsnoei om de plant overzichtelijk te houden en het licht beter bij de druiventrossen te laten komen. Te veel blad laten zitten zorgt voor een vochtig microklimaat, wat schimmelziekten in de hand werkt.
Druif snoeien: zo doe je de wintersnoei stap voor stap
Bij de wintersnoei verwijder je het grootste deel van het houtwerk dat het afgelopen seizoen gegroeid is. Druiven dragen fruit op hout van één jaar oud. Dat betekent dat je de lange scheuten van vorig jaar grotendeels wegknipt en een paar knoppen overhoudt als basis voor nieuwe groei.
- Stap 1: Verwijder alle dode, zieke en zwakke takken volledig.
- Stap 2: Kies op elke draagarm twee tot drie sterke scheuten van het afgelopen jaar.
- Stap 3: Knip deze scheuten terug tot twee of drie knoppen. Dit noem je een “spoor”.
- Stap 4: Verwijder al het andere jonge hout volledig aan de basis.
- Stap 5: Bind de overgebleven takken los vast aan je draadstelsel of pergola.
Gebruik altijd scherp en schoon snoeigerei. Een botte snede beschadigt het weefsel en vergroot de kans op ziekten. Desinfecteer je snoeischaar tussendoor met alcohol, zeker als je meerdere planten snoeit.
De zomersnoei: blad en scheuten bijhouden
In de zomer groeit de druivenplant hard. Scheuten kunnen in korte tijd een halve meter of meer worden. Knip in juni en juli de lange uitlopers terug tot twee of drie bladeren boven de bovenste druiventros. Zo stuurt de plant meer energie naar de vruchten in plaats van naar nieuw blad.
Verwijder ook de zogenoemde gijzelaars: de scheuten die recht omhoog groeien en geen trossen dragen. Deze nemen energie weg zonder iets terug te geven. Laat wel genoeg blad zitten zodat de plant genoeg licht kan opvangen voor de fotosynthese, maar zorg dat de trossen niet volledig in de schaduw hangen.
Welk gereedschap heb je nodig?
Voor jonge en dunne scheuten gebruik je een scherpe snoeischaar. Dikker, ouder hout knip je met een boomschaar of zaag. Werk je met een pergola of draadstelsel, zorg dan ook voor zachte bindmateriaal zodat je de takken niet beschadigt als je ze vastbindt.
Veelgemaakte fouten bij het snoeien van druiven
De meest voorkomende fout is te weinig snoeien. Veel tuiniers snoeien te voorzichtig omdat ze bang zijn de plant te beschadigen. Maar druiven verdragen een flinke snoeibeurt en doen het er juist beter op. Een plant die te vol staat, geeft kleine, zure druiven met veel kans op meeldauw.
Een andere veelgemaakte fout is te laat snoeien in de winter. Snoeien in maart, als de knoppen al openzwellen, veroorzaakt veel sapverlies. Dit verzwakt de plant. Houd daarom januari of vroeg februari aan als ideaal moment.
Begin met de wintersnoei zodra alle bladeren gevallen zijn en doe de zomersnoei consequent elk jaar. Dan heeft je druivenplant de beste kans om gezond te blijven en een flinke oogst te geven.